DCD is meer dan bewegen alleen. Elk kind heeft zijn eigen combinatie van sterktes en uitdagingen. Daarom verdient elk kind een aanpak op maat.
DCD bestaat uit verschillende puzzelstukken die samen het unieke profiel van een kind vormen. Door die puzzel goed te begrijpen, kunnen ouders, leerkrachten en hulpverleners gerichter ondersteunen en kinderen helpen om hun talenten te ontwikkelen, deel te nemen aan dagelijkse activiteiten en vol vertrouwen te groeien.
Wanneer mensen denken aan DCD, denken ze vaak aan kinderen die onhandig zijn of moeite hebben met sporten.
Maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat DCD veel breder gaat dan bewegen alleen.
Voor deze studie werden de resultaten van 121 onderzoeken samengebracht, met gegevens van bijna 6.000 kinderen met DCD.
We wilden nagaan welke moeilijkheden vaak voorkomen bij kinderen met DCD en welke aspecten belangrijk zijn om in kaart te brengen om een kind goed te kunnen ondersteunen.
De resultaten bevestigen dat kinderen met DCD vaak problemen ervaren met fijne motoriek, zoals schrijven, knippen of veters strikken, en met grove motorische vaardigheden zoals lopen, springen, balvaardigheden en evenwicht bewaren.
Maar daar stopt het niet. Ook denken, plannen, organiseren, informatie verwerken en nieuwe vaardigheden leren kunnen meer inspanning vragen.
Daarnaast kunnen sommige kinderen uitdagingen ervaren op het vlak van waarnemen, sociale participatie, zelfvertrouwen en emotioneel welzijn.
Tegelijkertijd benadrukt het onderzoek dat geen twee kinderen met DCD hetzelfde zijn.
Waar het ene kind vooral moeite heeft met sporten en bewegen, ondervindt een ander kind vooral problemen met schrijven, plannen of deelnemen aan activiteiten met leeftijdsgenoten.
Sommige kinderen ervaren daarnaast weinig emotionele moeilijkheden, terwijl anderen meer onzekerheid of stress kunnen ervaren.
Daarom pleiten we ervoor om verder te kijken dan motorische vaardigheden alleen.
Om kinderen met DCD optimaal te ondersteunen, is het belangrijk om naar het volledige plaatje te kijken:
hoe beweegt het kind, hoe leert het nieuwe vaardigheden, hoe verloopt deelname aan dagelijkse activiteiten en hoe voelt het kind zich daarbij?
DCD laat zich niet eenvoudig opdelen in verschillende types. Elk kind met DCD heeft een unieke combinatie van sterktes en uitdagingen. Daarom verdient elk kind een aanpak op maat.
Kinderen met DCD (Developmental Coordination Disorder) zijn niet allemaal hetzelfde.
Sommige kinderen hebben vooral moeite met bewegen, terwijl anderen ook uitdagingen ervaren met plannen, aandacht, zelfvertrouwen, sociale situaties of deelname aan activiteiten.
Daarom vroegen onderzoekers zich af of er verschillende "types" van DCD bestaan.
Om dit te onderzoeken, brachten we de resultaten van 10 wetenschappelijke studies samen, met gegevens van meer dan 1.000 kinderen met DCD.
Deze studies probeerden kinderen in verschillende subgroepen of profielen onder te verdelen.
De resultaten waren opvallend: de verschillende studies vonden telkens andere groepen kinderen. Er was weinig overeenstemming over welke types DCD zouden bestaan.
Wat wel steeds terugkwam, was dat kinderen sterk verschillen in de aard en ernst van hun moeilijkheden.
Sommige kinderen ervaren slechts beperkte problemen, anderen hebben uitdagingen op enkele domeinen, terwijl nog anderen moeilijkheden ondervinden op verschillende gebieden van het dagelijks leven.
De studie suggereert daarom dat DCD beter wordt gezien als een spectrum van sterktes en uitdagingen dan als een aandoening met een beperkt aantal duidelijke subtypes.
Voor kinderen met DCD en hun gezinnen is dit een belangrijke boodschap: er bestaat geen typisch DCD-profiel.
Twee kinderen met dezelfde diagnose kunnen heel verschillende sterktes, uitdagingen en ondersteuningsnoden hebben. Daarom is het belangrijk om elk kind als individu te bekijken en ondersteuning af te stemmen op zijn of haar unieke profiel.
Niet elk kind met DCD heeft dezelfde oorzaak voor zijn of haar evenwichtsproblemen. Met de Kids-BESTest-2 kunnen therapeuten beter achterhalen waar de moeilijkheden precies vandaan komen, zodat kinderen gerichter en effectiever geholpen kunnen worden.
Kinderen met DCD ondervinden vaak problemen met bewegen. Ze struikelen bijvoorbeeld sneller, hebben moeite met fietsen, springen of sporten, en vinden het soms lastig om hun evenwicht te bewaren.
Evenwicht lijkt misschien vanzelfsprekend, maar eigenlijk is het een samenspel van verschillende systemen in het lichaam en de hersenen.
Om kinderen goed te kunnen helpen, is het belangrijk om te weten waarom hun evenwicht verstoord is.
Tot nu toe werden evenwichtsproblemen meestal beoordeeld met algemene motorische tests. Die tonen aan dát er een probleem is, maar geven weinig informatie over welke onderliggende processen precies moeilijk verlopen.
In deze studie onderzochten we een nieuwe test, de Kids-BESTest-2, bij 66 kinderen met DCD en 89 kinderen zonder motorische moeilijkheden. De test bekijkt verschillende aspecten van evenwicht en houdingscontrole, zoals spierkracht, reacties op onverwachte verstoringen, het gebruik van zintuiglijke informatie en stabiliteit tijdens het stappen.
Dat is belangrijk voor de behandeling. Twee kinderen kunnen bijvoorbeeld allebei moeite hebben met evenwicht, maar om verschillende redenen.
Het ene kind heeft vooral problemen met het verwerken van informatie uit de zintuigen, terwijl een ander kind moeite heeft om snel genoeg te reageren wanneer het uit balans raakt. Dankzij de nieuwe test kunnen therapeuten beter achterhalen waar de grootste moeilijkheden liggen en hun begeleiding daarop afstemmen.
De onderzoekers ontwikkelden daarnaast een eenvoudig beslisschema. Op basis van de leeftijd van het kind en de resultaten van een veelgebruikte motorische test kunnen therapeuten inschatten of een uitgebreide evenwichtsanalyse met de Kids-BESTest-2 nodig is. Hierdoor kan de juiste ondersteuning sneller worden opgestart.
De resultaten zijn veelbelovend omdat ze tonen dat we evenwichtsproblemen bij kinderen met DCD nauwkeuriger in kaart kunnen brengen dan voorheen. Hoe beter we begrijpen welke onderliggende processen bijdragen aan de moeilijkheden van een kind, hoe beter we therapie kunnen afstemmen op de individuele noden van dat kind.
In deze studie onderzochten we een nieuwe test, de Kids-BESTest-2, bij 66 kinderen met DCD en 89 kinderen zonder motorische moeilijkheden. De test bekijkt verschillende aspecten van evenwicht en houdingscontrole, zoals spierkracht, reacties op onverwachte verstoringen, het gebruik van zintuiglijke informatie en stabiliteit tijdens het stappen.